Oog in oog met gladiatoren

30/01/2016 Reageer

Gladiatoren hebben altijd al tot de verbeelding gesproken. De succesvolle film ‘Gladiator’ met Russel Crowe, uit 2010, heeft de belangstelling enkel maar verder aangewakkerd. Dat het Gallo-Romeins museum uit Tongeren, na eerdere tentoonstellingen gewijd aan de Etrusken en de Vikingen, vroeg of laat ook de gladiatoren onder de loep zou willen nemen, stond dan ook in de sterren geschreven. En het mag gezegd: de expo ‘Gladiatoren. Helden van het Colosseum’ brengt een boeiende en leerrijke inkijk in het fenomeen van de gladiatorengevechten. De samenwerking met het Colosseum in Rome, maakte het mogelijk om enkele absolute topstukken naar Tongeren te brengen.

De tentoonstelling is heel duidelijk en overzichtelijk uitgebouwd. Eerst wordt stilgestaan bij de oorsprong van de gladiatorengevechten. Die blijkt bij de Grieken te liggen. Die hadden de gewoonte om ter gelegenheid van de begrafenis van welstellende personen rituele gevechten te organiseren. Via de Griekse kolonies in Zuid-Italië raakte het gebruik ook bij de Romeinen bekend, eerst ook als onderdeel van begrafenisrituelen, maar later als een louter publieksevenement. Het zijn de Romeinse keizers geweest die de gladiatorengevechten hebben uitgebouwd tot heuse spektakelstukken. Ze gebruikten de gladiatorenspelen als een politiek instrument om hun populariteit op te krikken en ondertussen de bevolking rustig te houden. Dat deden ze – letterlijk – met ‘brood en spelen’ (panem et circenses).

Verderop in de tentoonstelling krijgen we inzicht in hoe het dagelijkse leven van een gladiator er uitzag. Er werd veel getraind uiteraard, en dat gebeurde in gespecialiseerde gladiatorenscholen. Om het harde trainingsschema vol te houden kregen de gladiatoren stevige, eiwitrijke maaltijden voorgeschoteld op basis van gerst en tarwe. In tegenstelling tot wat vele mensen denken, blijken gladiatoren hooguit drie tot vier keer per jaar in de arena te verschijnen. Vaak overleefden ze hun kampen ook. Een gladiator was immers een belangrijke investering en daar werd dan ook zuinig mee omgesprongen.

Eigenlijk hadden de gladiatoren bij de oude Romeinen zowat het statuut van topvoetballers zoals we die tegenwoordig kennen. De sfeer rond een gladiatorengevecht was ongetwijfeld te vergelijken met de sfeer die vandaag hangt rond wedstrijden in de Champions League waarbij rivalen het tegen elkaar opnemen in een spannende (wed)strijd en door hun eigen supportersteams aangemoedigd worden.

Veel aandacht wordt besteed aan de verschillende types gladiatoren. Elk type heeft een eigen, kenmerkende wapenuitrusting. Aan de hand van levensgrote modellen maken we kennis met de secutor, de thraex, de murmillo, de retiarius en andere vervaarlijke types. Eén van de hoogtepunten van de tentoonstelling is een verzameling prachtig bewaarde gladiatorenhelmen. De meeste ervan werden teruggevonden in Pompeï.

Op het einde van de tentoonstelling zijn enkele grafmonumenten te bewonderen van gestorven gladiatoren. Uit één van de grafmonumenten leren we dat één van de gladiatoren die ooit in het Romeinse Colosseum heeft gevochten en er furore maakte, uit Tongeren afkomstig was. Het bewijs daarvan werd gevonden in een asurn, met een grafschrift, ter nagedachtenis van de gladiator Marcus Ulpius Felix, ‘behorend tot het volk van de Tungri’. Speciaal voor ‘Helden van het Colosseum’ keerde dit topstuk terug naar Tongeren.

De expo ‘Helden van het Colosseum’ loopt nog tot 3 april 2016 in Tongeren. Daarna reist de tentoonstelling nog naar Denemarken en Nederland.

Tip: ga na een bezoek aan de tentoonstelling even verpozen in het ‘Museumkafee’. Je kan er je dorst lessen met een speciaal voor deze tentoonstelling gebrouwen gladiatorenbier ‘Felix’. En als je van al dat wapengekletter in de arena honger hebt gekregen, laat je dan verleiden door één van de bijzondere, Oud-Romeinse gerechten van foodarcheoloog Jeroen Van Vaerenbergh. Wat dacht je van een ‘Ambiorix twist’ (notencrackers met verse kaas), een voedzame ‘gladiatorenschotel’ (gerstenrisotto met peulvruchten, paddenstoelen en geroosterde pijnboompitten) of een heuse Romeinse feestschotel (koriandergehaktballetjes met honingprei en Tungrische appeltjes)? Lekker!

 

Reacties