Civitella del Tronto: de vesting die weigerde te vallen

Civitella del Tronto

Civitella del Tronto kondigt zich al van ver aan, niet door kerktorens of grote palazzi, maar wel door de indrukwekkende vesting die boven het stadje verrijst en als een langgerekt stenen schip boven het landschap drijft. De weg naar deze fascinerende bestemming slingert omhoog door olijfgaarden. Elke bocht brengt de vesting dichterbij, maar pas op het einde merk je dat zich daaronder ook een stadje aan de rotswand vastklampt.   

Het is inderdaad de Fortezza di Civitella del Tronto, één van de grootste militaire bouwwerken van Italië, die al eeuwenlang het silhouet van de stad bepaalt. Het fort is niet alleen een architectonisch monument, maar ook een historisch ijkpunt. Het was de immers het laatste bolwerk van de Bourbon-dynastie dat sneuvelde in de strijd tegen de troepen van het verenigde Italië. Dat gebeurde op 20 maart 1861, drie dagen na de eedaflegging van koning Vittorio Emanuele II.

Zoals het hoort bij een vestingstad, betreden we Civitella te voet en door een poort, meer bepaald de Porta Napoli. Voorbij de piazza verandert de wereld meteen abrupt van schaal. Het open landschap waar we zoëven nog doorreden, maakt plaats voor een labyrint van nauwe straatjes en trappen die de natuurlijke vormen van de rots volgen. Dit is geen stad die is ontworpen volgens een rationeel plan; ze is door de eeuwen heen organisch gegroeid. Hier moeten we ons niet oriënteren op kaarten, maar gewoon op ons gevoel. En kijk, slenterend door de steegjes stoten we algauw op een eerste ontdekking: la ruetta più piccola d’Italia, het kleinste steegje van Italië. Toegegeven, er zijn nog Italiaanse gemeenten die beweren het smalste steegje van het land binnen hun muren te herbergen, maar dit verdient zeker een podiumplaats. 

De geopende deur van het kleine kerkje Santa Maria degli Angeli nodigt uit om even een kijkje te nemen. We treffen een sobere, eenschepige kerk aan met beelden van Maria, Sint Antonius van Padua en een overleden Christus.

Ook al zien we ze niet, toch blijven we ons tijdens de verkenning van de stad voortdurend bewust van de vesting die dreigend boven ons hoofd uittorent, op een hoogte van 600 meter boven de zeespiegel. Een pittige klim brengt ons tot aan de toegangspoort. 

Eens binnen ontdekken we een ingenieus en monumentaal complex dat eerder aanvoelt als een landschap dan als architectuur. Achter de massieve muren heerst een overweldigende stilte. Geen toeristische drukte, geen theatrale reconstructies. Alleen blanke steen, blauwe lucht en ruimte, veel ruimte. 

Het was de Spaanse koning Filips II van Habsburg die in de zestiende eeuw het fort liet bouwen op deze strategisch gelegen plaats, waar al sinds de 11de eeuw een meer bescheiden kasteel met vijf torens had gestaan. Die vijf torens herkennen we overigens nog steeds in het wapenschild van de stad. 

Het militaire bolwerk zou uitgroeien tot één van de meest indrukwekkende voorbeelden van militaire bouwkunst. Het complex is zo’n 500 meter lang en strekt zich uit over een oppervlakte van ongeveer 25.000 vierkante meter.

In de achttiende eeuw voerden de Bourbons, die toen over een groot deel van Italië heersten, ingrijpende werken uit aan de militaire structuur en wijzigden zij delen van het oorspronkelijke ontwerp. Het gebouwencomplex dat we vandaag te zien krijgen, bestaat daardoor uit elementen uit verschillende periodes, verspreid over meerdere niveaus en met elkaar verbonden door hellingen en brede trappen die grote troepenverplaatsingen mogelijk maakten. Architecturaal kan de vesting worden onderverdeeld in twee delen: een zone die bestemd was voor bewoning en een defensief gedeelte met hoge wachttorens.

Tegenwoordig is de vesting vrijwel volledig toegankelijk voor bezoekers. Een uitgestippelde route brengt ons o.a. langs voormalige soldatenverblijven, kruitmagazijnen en gevangenissen, maar ook ovens en stallen. Enkele zalen werden ingericht als museum waar we wapens en oude militaire kaarten te zien krijgen. Ze bieden meer inzicht in de belangrijke militaire en strategische rol die Civitella del Tronto door de eeuwen heen heeft gespeeld.

Vanop de vestingmuren kunnen we genieten van een indrukwekkend panorama. In oostelijke richting zien we zelfs de zee die zo’n 40 kilometer verderop ligt. En aan de andere kant duiken de majestueuze bergtoppen van de Apennijnen op.

Na de monumentaliteit van de vesting voelt een bezoek aan het Museo Nina, beneden in de stad, als een noodzakelijke correctie. Waar boven macht, strategie en oorlog domineren, richt dit kleine museum zich op het leven van de mannen en vrouwen buiten de kazerne. 

Het museum ontleent zijn naam aan Gaetana Graziani Scesi, bekend onder haar koosnaampje ‘Nina’. Zij was het die de basis legde voor de museumcollectie die inmiddels meer dan 3000 stukken telt. De tentoongestelde objecten vertellen verhalen van vrouwen die weefden, mannen die op het land werkten, families die leefden met de seizoenen. We krijgen een unieke inkijk in het dagelijkse leven in en rond de stad van het einde van de 18de tot het midden van de 20ste eeuw. 

Bij het verlaten van het museum stoten we op een opvallend monument in neoclassicistische stijl opgericht ter ere van Matteo Wade. Dat was de Ierse garnizoenscommandant die, in opdracht van de Bourbons, erin slaagde om de vesting vier maanden lang succesvol te verdedigen tegen het oprukkende leger van Napoleon. Uiteindelijk zou hij toch, op 21 mei 1806 het fort uit handen moeten geven. Het monument is een hulde aan de onverzettelijkheid van de troepen die ooit deze strategisch belangrijke plaats verdedigden. 

Op de terugweg naar de Porta Napoli wandelen we over de Piazza Filippi Pepe waar we kunnen genieten van een panoramisch uitzicht over de heuvels rondom de stad. Onze blik valt op een klokkentoren even buiten de stad. We besluiten ook daar nog even naar toe te rijden.

 

De klokkentoren hoort bij het Santuario di Santa Maria dei Lumi. Het heiligdom, bestaande uit een kerk en een klooster, heeft een lange geschiedenis die begint rond 1466 toen Benedictijnermonniken zich hier vestigden. In de loop der eeuwen werden zowel de kerk als het klooster meermaals grondig gerestaureerd na zware schade ten gevolge van de vele oorlogen die rond de vesting werden uitgevochten. 

Via een fraaie portiek met Romaanse bogen kunnen we de kerk binnengaan. Het pronkstuk van de kerk is een polychroom beeld van een Madonna met Kind dat vooraan in de kerk te zien is. Aan dit in het oog springende beeld dankt de kerk haar naam: de Madonna ‘van het licht’.

Wanneer we wegrijden van de parking voor het heiligdom werpen we nog een laatste blik op Civitella del Tronto en we kunnen enkel bevestigen dat deze bijzondere, maar weinig bekende plaats, terecht de titel draagt van Uno dei Borghi più belli d’Italia.


Colophon - Segesta

Ciao! Wij zijn Carl Buyck en Franka Verhoeyen, initiatiefnemers van Cosiddetto. Via deze blog delen wij onze passie voor Italië en al het moois dat dit bijzondere land te bieden heeft. Als je dit artikel leuk of interessant vindt, deel het dan gerust met jouw vrienden of kennissen. Je doet er ons een groot plezier mee. Grazie mille!

Reacties