Met de kabelbaan naar de Grotta del Cavallone in Abruzzo

Grotta del Cavallone - Abruzzo

We hebben al heel wat grotten bezocht in Italië, maar zelden begint een bezoek zo spectaculair als bij de Grotta del Cavallone in Abruzzo. Het avontuur start immers niet onder de grond, maar ruim erboven, hangend aan een kilometerslange kabelbaan die je vanuit het dal naar een rotsrichel op meer dan 1400 meter hoogte brengt.

Wanneer we de tickets kopen voor een bezoek aan de grot vergewist de medewerker aan de balie zich ervan dat we aangepaste schoenen en een trui of jas bijhebben. Dat zal nodig blijken, want de bodem van de grot is op sommige plaatsen spekglad en binnenin is het ook op hete zomerdagen best wel koud. Vol verwachting stappen we het kooitje binnen dat ons, hangend aan een kilometerslange stalen kabel, 628 meter hoger zal brengen.  Tijdens de tocht, die bijna twintig minuten duurt, zien we onder ons het ruige landschap van de Majella, grillig en ongerept.

Boven aangekomen krijgen we in de bezoekersruimte een helm aangereikt die we tijdens het bezoek aan de grot nodig zullen hebben. De ingang van de grot bevindt zich enkele honderden meter verderop. Vanop afstand wordt ons plots duidelijk waaraan de Grotta del Cavallone haar naam ontleent: wie aandachtig kijkt zal inderdaad in de rotswand waar zich de toegang tot de grot bevindt de afbeelding herkennen van een paardenhoofd.

We bereiken de toegang via een makkelijk begaanbaar pad dat eindigt bij een trappengalerij die in de stenen rotswand werd uitgehouwen. Na een pittige klim met spectaculaire uitzichten worden we boven opgewacht door de gids die ons zal begeleiden bij de tocht door de grot.

Vooraleer we ons in de duisternis van het grottenstelsel wagen, krijgen we eerst een woordje uitleg over de ontdekking van deze bijzondere plaats. De Grotta del Cavallone werd in 1666 voor het eerst verkend. Dat blijkt uit een inscriptie die bij de ingang werd gevonden. Maar volgens de lokale overlevering zouden herders die hun kuddes lieten grazen op de bergflanken de toegang tot de grot al veel langer hebben gekend. Voor de eerste, grondige exploratie van de grot was het wachten tot 1704. In de twee eeuwen die volgden, kwamen nieuwe expedities waarbij men steeds dieper in de grot geraakte. De trappengalerij die ons tot bij de grot bracht en ook de houten trappen binnenin de grot, waarvan we tijdens onze verkenning nog de resten zullen zien, werden gebouwd in het jaar 1893. De gids vertelt ons nog dat tijdens de Tweede Wereldoorlog de bevolking van het dorp Lama Peligni, aan de voet van de berg, hier beschutting kwam zoeken tegen het oorlogsgeweld dat beneden in de vallei woedde.

Na de korte introductie beginnen we aan onze verkenning. Binnen daalt de temperatuur onmiddellijk. De stilte is bijna tastbaar. Wat volgt is een magische tocht, één kilometer diep in de buik van de berg. We volgen een uitgestippeld parcours dat ons door verschillende ruimtes brengt, de ene al groter dan de andere. Deze ‘zalen’ hebben elk een eigen, fantasierijke naam, vaak geïnspireerd door de bijzonderheden die er te zien zijn.

Onze eerste halte is de Sala della torre di Pisa. Een massieve stalagmiet doet inderdaad aan de bekende scheve toren denken.

Even verderop bereiken we een ruimte die bekend staat als La Foresta omdat de vele grillige stalagmieten een woud lijken te vormen. Daar vinden we ook een meertje met ijskoud water, het Lago di Ornella, genoemd naar een personage uit een tragisch toneelstuk van Gabriele d’Annunzio (La Figlia di Iorio) dat zich deels in de Grotta del Cavallone afspeelt.

Bijzonder indrukwekkend is de immense Sala del Pantheon, de grootste ruimte in deze grot met een hoogte van ruim 17 meter. De gids vestigt er onze aandacht op een bijzonder kalksteenformatie die bekend staat als La Cascata, omdat ze er inderdaad uitziet als een versteende waterval.

Terwijl we dieper de grot intrekken, wijst de gids ons op vreemde rotsformaties, nu eens grillig en ruw, dan weer glad en glimmend als golvende gordijnen.

In de Sala del Mostro verschijnt in het licht van de zaklamp een vreemde stalagmiet die er, met een beetje verbeelding, als een monsterlijk wezen uitziet.

Dan volgt het meest spectaculaire deel van onze tocht: de Bolgia Dantesca, de hellekloof van Dante. De aanblik doet ons denken aan een scène uit de film The Lord of the Rings die zich afspeelt in de mijnen van Moria. We doorkruisen deze adembenemende ruimte via smalle trappen en zien onder ons twee diepe putten, toepasselijk genaamd Pozzo del Inferno en Pozzo del Purgatorio, de put van de hel en de put van het vagevuur. Hier zien we ook nog de resten van de originele houten trappen uit 1893 waarmee de eerste speleologen zich dieper in de grot waagden.

Voorbij de trappen vervolgen we het pad naar de laatste zalen. De gids houdt even halt bij een holte die de naam Pozzo senza fine (eindeloze put) draagt. Hij werd zo genoemd omdat de eerste bezoekers de diepte probeerden te peilen door er stenen naar beneden te gooien. Omdat ze de stenen niet met een plof hoorden neerkomen, dachten ze dat de put heel diep moest zijn. Inmiddels werd vastgesteld dat de put een diepte van 30 meter heeft. Dat valt nog mee.  

Dat de volgende ruimte Sala dei Prosciutti wordt genoemd mag niet verbazen. De ragfijne kalkstenen sluiers die aan het rotsplafond hangen, doen inderdaad aan gedrappeerde sneetjes hesp denken.

De laatste ruimte die we als bezoeker te zien krijgen is de Sala dei Cristalli, die haar naam ontleent aan de glanzende kristallen die tegen de rotswand oplichten. We bevinden ons hier zo’n kilometer diep in de berg. Het voelt onwezenlijk aan. Geoefende speleologen kunnen zich vanhieruit nog verder in de buik van de Majella wagen. Er werden immers nog twee gangen ontdekt die respectievelijk 500 meter en 300 meter dieper doorlopen. Wij moeten van hieruit echter rechtsomkeer maken.

Bij onze terugkeer krijgen we nog eens alle zalen te zien, deze keer vanuit een andere invalshoek die telkens nieuwe ontdekkingen oplevert. De gids blijft ons onderweg wijzen op kleine details die we zelf wellicht zouden missen: kristallijne afzettingen, subtiele kleurverschillen veroorzaakt door mineralen, en plekken waar het water nog steeds actief kalk afzet. De grot blijft leven en veranderen.

Na ongeveer anderhalf uur zien we terug de buitenlucht. Vanop het balkon aan de ingang van de grot genieten we nog even van het indrukwekkende panorama dat zich voor onze ogen ontvouwt, terwijl achter onze rug de grot geduldig wacht op de volgende bezoekers die we in de verte al zien aankomen in de kooitjes van de kabelbaan.

Dit was een ervaring om nooit meer te vergeten.

Plan je bezoek door vooraf een kijkje te nemen op de website: https://www.grottedelcavallone.it/

Andere bezienswaardigheden in Abruzzo: zie https://www.cosiddetto.be/abruzzo/


Colophon - Segesta

Ciao! Wij zijn Carl Buyck en Franka Verhoeyen, initiatiefnemers van Cosiddetto. Via deze blog delen wij onze passie voor Italië en al het moois dat dit bijzondere land te bieden heeft. Als je dit artikel leuk of interessant vindt, deel het dan gerust met jouw vrienden of kennissen. Je doet er ons een groot plezier mee. Grazie mille!

Reacties