Eremo di San Venanzio, een kluizenaarsgrot in Abruzzo

Gole di San Venanzio - Abruzzo

Nabij Raiano, een stadje in de buurt van Sulmona, ligt het natuurreservaat Gole di San Venanzio, waar de rivier de Aterno zich gedurende duizenden jaren een weg heeft gebaand door de kalksteenrotsen. Het resultaat is een indrukwekkend landschap van steile kloven, grillige rotswanden en weelderige vegetatie. Hier, goed verborgen in dit fascinerende natuurgebied, ligt een bijzonder heiligdom: de Eremo di San Venanzio.

Vanop de weg tussen Raiano en Vittorito leidt een smalle en steile weg naar een kerk die bovenop de kluizenaarsgrot van de heilige werd gebouwd. Langs de weg staan drie kapelletjes waar volgens de traditie een afdruk van de voet, de knie en het hoofd van San Venanzio zouden te zien zijn. Met enige verbeelding denken we inderdaad de afdruk van een voet te hebben herkend in één van de kapelletjes.

De legende van San Venanzio

Volgens de traditie trok San Venanzio, een jonge christen uit Camerino in Le Marche, zich in de 3de eeuw na Chr. terug in deze afgelegen kloof om een leven van gebed en contemplatie te leiden. Nadat hij in 259 in zijn geboortestad de marteldood stierf, verspreidde zijn verering zich over grote delen van Midden-Italië. Ook in Abruzzo groeide hij uit tot een populaire heilige. De grot waarin hij zou hebben gewoond, werd een druk bezocht bedevaartsoord en in de 15de eeuw verrees er een kerk om de steeds talrijker wordende pelgrims te ontvangen. Tijdens ons bezoek heerste er echter een bijna onwezenlijk stilte. De pelgrims waren verdwenen en we hadden het heiligdom helemaal voor ons alleen.

Zowel buiten als binnen oogt de kerk sober. Naast het hoofdaltaar staan twee zijaltaren. Eén ervan is gewijd aan Johannes de Doper, de andere aan San Pietro Celestino (paus Celestinus V).

Onze aandacht wordt getrokken door een geopend luik, net voor het centrale altaar. Onder het luik bevindt zich een smalle trap – de ‘scala santa’ (heilige trap) – die in de rots is uitgehouwen en naar beneden leidt. Op het einde van de trap bevindt zich de grot waar de heilige Venanzio zich terugtrok.

Om de grot te bereiken hoeven we gelukkig zelf niet via deze trap af te dalen. Sinds de 16de eeuw werd in een alternatieve toegang voorzien. Vooraan in de kerk leidt een kleine deur ons naar een lange gang die rechts langs de kerk loopt en die toegang geeft tot enkele kleine kloostercellen die ooit onderdak boden aan pelgrims en kluizenaars. Op het einde van de gang bereiken we een loggia, een overdekt balkon dat over de rivier werd gebouwd en de twee rotswanden met elkaar verbindt. Van hieruit hebben we een mooi uitzicht op de onderliggende kloof en de klaterende rivier.

Vanuit de loggia brengt een trap ons naar een andere ruimte die dieper in de rots werd uitgegraven en toegang geeft tot de kleine, halfronde kluizenaarsgrot waar we meteen ook de stenen trap zien die vanuit de kerk naar hier leidt.

Genezende krachten

In de lage grot is links van de toegang een zitbank uitgehouwen, die bekend staat als ‘de zetel van Paus Celestinus’. Volgens de volksdevotie bezit deze plek bijzondere genezende krachten. Gelovigen vlijen zich neer op de plaats waar San Venanzio ooit heeft gerust en geloven dat ze genezing zullen vinden voor hun kwalen, vooral dan voor reuma en nierpijn. Of deze lithotherapie echt tot genezing leidt konden we niet meteen achterhalen, maar we hebben voor alle zekerheid toch zelf ook even plaats genomen op de (overigens weinig comfortabele) bank.

Langs de Aterno naar La Solfa

Na een bezoek aan het heiligdom nemen we een pad dat ons langs de rivier leidt en dat langzaam naar beneden loopt tot aan de ruïnes van een oude watermolen. De constructie doet tegenwoordig dienst als terras voor wie in de rivier verkoeling komt zoeken. 

Voorbij de molen begint het pad weer te klimmen tot aan de stenen brug die beide oevers van de Aterno verbindt. Vanop de brug blikken we nog even terug op de kloof onder ons en op de route die we inmiddels hebben afgelegd.

Een houten bord wijst ons de weg naar een bron die bekend staat onder de naam ‘La Solfa’. We besluiten tot daar verder te wandelen. Het eerste gedeelte loopt langs de weg, maar even verderop nemen we links een pad dat ons terug naar beneden leidt. De vage geur van zwavel geeft aan dat we ons doel bijna hebben bereikt. Het water van La Solfa is immers rijk aan zwavel en dat zorgde ervoor dat de bron en de kleine meertjes in de buurt reeds in de Romeinse tijd bekend stonden als een kuuroord. Na nog even te hebben uitgerust aan de oever van het heldere, blauwgroene meer keren we op onze stappen terug.


Colophon - Segesta

Ciao! Wij zijn Carl Buyck en Franka Verhoeyen, initiatiefnemers van Cosiddetto. Via deze blog delen wij onze passie voor Italië en al het moois dat dit bijzondere land te bieden heeft. Als je dit artikel leuk of interessant vindt, deel het dan gerust met jouw vrienden of kennissen. Je doet er ons een groot plezier mee. Grazie mille!

Reacties