De sprekende beelden van Rome… voorlopers van Twitter

25/03/2015 Reageer

Er is een tijd geweest dat pausen met ijzeren hand over Rome heersten. Wie het aandurfde om kritiek te leveren op hun beleid werd zwaar aangepakt en moest dat niet zelden met zijn leven bekopen. Maar de spotgrage Romeinen lieten zich daardoor niet ontmoedigen. Bij het begin van de 16de eeuw ontstond de traditie om ongezien, in het holst van de nacht anonieme pamfletten met kritiek of spottende uitspraken aan te brengen op beelden die zich op drukbezochte plaatsen in de stad bevonden. Er waren in totaal zes van die ‘sprekende beelden’. Ze hadden elk een naam: Pasquino, Marforio, Madama Lucrezia, Abate Luigi, Babuino en Facchino. De beelden dialogeerden ook met elkaar. Het ene beeld stelde een vraag en wat later gaf een ander beeld een gevat antwoord. Dat gebruik maakte dat de bevolking de beelden bedacht met de naam ‘Il congresso degli arguti’, het ‘congres der spotters’. Het leuke is: die beelden staan er vandaag nog steeds. En één ervan, Pasquino, is overigens nog altijd in gebruik als spreekbuis voor wie kritiek heeft op de huidige machtshebbers: de Italiaanse regering, het stadsbestuur van Rome en, heel af en toe ook de paus. We nemen je mee op een wandeling langs de zes sprekende beelden van Rome.

We beginnen onze wandeling in buurt van de Piazza Navona. Op de hoek van Via del Governo Vecchio en de Via di San Pantaleo treffen we Pasquino aan, veruit de bekendste van de zes sprekende beelden. Het gaat om een beschadigd, Oud-Romeins beeld uit de 3de eeuw voor Christus. Mogelijk is het een afbeelding van de Spartaanse koning en Troje-strijder Menelaos.  De naam Pasquino zou verwijzen naar een welbespraakte kleermaker die daar vlakbij een winkel had.  Andere bronnen hebben het over een herbergier, een schoolmeester of een kapper.

Pasquino

Pasquino was de veruit meest gevreesde criticaster van de machtshebbers en bijgevolg het meest populaire beeld bij de Romeinse bevolking. Zijn uitspraken werden overigens gebundeld en in boekvorm uitgegeven, de eerste keer reeds in 1509 (!) onder de naam ‘Carmina apposita Pasquino’.  Die jaarboeken waren in die tijd populair in heel Europa. Dat verklaart wellicht waarom we in het Nederlands nog steeds het woord paskwil kennen, een synoniem voor schotschrift of pamflet. En in het Engelse taalgebied gebruiken ze nog steeds het woord pasquinade.
Eén van zijn bekendste uitspraken deed Pasquino toen Paus Urbanus VII van de familie Barberini de zware bronzen poorten van het Pantheon door de kunstenaar Bernini liet verwijderen en smelten om het bronzen baldakijn boven het altaar in de Sint-Pietersbasiliek te maken. Pasquino merkte gevat op : ‘Quod non fecerunt barbari, fecerunt Barberini’  Vertaald: ‘Wat de barbaren niet hebben gedaan, dat hebben de Barberini gedaan’.
Ook vandaag kan je bij Pasquino nog steeds pamfletten aantreffen met kritiek aan het adres van de huidige politieke machtshebbers. De traditie houdt dus al ruim 500 jaar stand.

Pasquino dialogeerde vaak met een ander beeld: Marforio.  Dit beeld bevindt zich op de binnenplaats van het Palazzo Nuovo dat deel uitmaakt van de Capitolijnse musea op de Piazza del Campidoglio. Onderweg daarheen houden we op de Piazza Vidoni, langs de Corso Vittorio Emanuele II, even halt bij één van de minder bekende beelden: Abate Luigi.

Abate Luigi

Het gaat ook hier om een Oud-Romeins beeld van een man in een toga. Het beeld zou zijn naam te danken hebben aan een abt, Luigi genaamd, van een nabijgelegen klooster. De gelaatstrekken van abt Luigi zouden grote gelijkenissen hebben vertoond met die van het beeld. Voor onze abt Luigi zijn huidige onderkomen vond op de Piazza Vidoni, in de schaduw van de indrukwekkende kerk Sant’Andrea della Valle, werd het beeld regelmatig verplaatst. Het was immers vaak het slachtoffer van vandalenstreken.  De tekst die in het voetstuk staat gebeiteld, verwijst naar zijn functie als één van de sprekende beelden, maar ook naar de beschadigingen die het beeld moest ondergaan:

FUI DELL’ANTICA ROMA UN CITTADINO
ORA ABATE LUIGI OGNUN MI CHIAMA
CONQUISTAI CON MARFORIO E CON PASQUINO
NELLE SATIRE URBANE ETERNA FAMA
EBBI OFFESE, DISGRAZIE E SEPOLTURA
MA QUI VITA NOVELLA E ALFIN SICURA

Ik was een burger van het oude Rome
Vandaag noemt iedereen mij Abt Luigi
Samen met Marforio en met Pasquino verwierf ik
Eeuwige roem in de stedelijke satires
Beledigingen, onteringen en zelfs een begrafenis waren mijn deel.
Maar hier heb ik een nieuw en eindelijk veilig leven

Nadat we afscheid genomen hebben van Abate Luigi vervolgen we onze weg richting Piazza del Campidoglio op zoek naar Marforio.  Als je, aangekomen op de Piazza, voor het ruiterstandbeeld van Marcus Aurelius staat, dan bevindt het Palazzo Nuovo zich aan de linkerkant. Om het beeld van Marforio te zien moet je wel aan de museumbewakers vragen of je even een blik mag werpen op de binnenplaats.

 

MarforioHet goed bewaarde beeld van Marforio is een allegorische voorstelling van een rivier (de Tiber?). Het beeld bevond zich oorspronkelijk op het antieke Forum Romanum.
Eén van de bekendste dialogen tussen Marforio en Pasquino dateert uit de tijd van de Franse bezetting (1808-1814). Napoleon Bonaparte liet tal van Romeinse kunstschatten overbrengen naar Frankrijk. Marforio stelde de vraag ‘E vero che tutti i francesi sono ladri?’  ‘Klopt het dat alle Fransen dieven zijn?’  Het antwoord van zijn kompaan Pasquino  liet niet lang op zich wachten: ‘Tutti no, ma Buona Parte’‘Niet allemaal, maar een groot deel wel’ of, voor de aandachtige lezer, ‘… Bonaparte wel’.

Als je de trappen van het Campidoglio afgaat en je wandelt richting Piazza Venezia, dan tref je in de hoek van de Piazza San Marco, tegen de muur van het imposante Palazzo Venezia, Madama Lucrezia aan. Madama LucreziaDit imposante beeld van bijna 3 meter hoog komt uit een antieke tempel gewijd aan de godin Isis. Wellicht stelt het de godin zelf voor, of één van haar priesteressen.“

Het ontleent zijn naam echter aan een historisch personage uit het begin van de 16de eeuw, Lucrezia d’Alagno, de minnares van de koning van Napels, Alfonso V van Aragon. Ze was naar Rome gekomen om aan de paus te vragen of hij het huwelijk van Alfonso met zijn toenmalige echtgenote kon ontbinden. De paus weigerde. Toen Alfonso V een jaar later stierf, vreesde Lucrezia dat de wettelijke zoon van Alfonso zich op haar zou willen wreken. Daarom vluchtte ze van Napels naar Rome waar ze een woning had vlakbij de plaats waar vandaag het beeld staat dat naar haar is genoemd.

We nemen met een beleefde buiging afscheid van Madama Lucrezia en we wandelen langs de Piazza Venezia naar de bekende (en vooral lange) winkelstraat Via del Corso. Ongeveer 300 meter verder in de straat tref je aan de linkerkant de Via Lata aan. Als je even de straat inwandelt, zie je algauw, ingewerkt in de muur van een palazzo, een klein beeld van een man met een tonnetje voor zijn buik. Uit het tonnetje stroomt water. Dit is Facchino, de vijfde van onze zes sprekende beelden. De facchini zijn kruiers, mensen die zware lasten ronddragen. In dit specifieke geval zou het beeld verwijzen naar ene Abbondio Rizzio, een volksfiguur en notoire zuipschuit die zijn geld verdiende met verkopen van water en het daarna snel weer uitgaf aan het drinken van wijn.

Na ons dorst gelest te hebben aan het watertonnetje van onze nieuwe vriend Facchino stappen we terug de Via del Corso in, richting Piazza del Popolo. Het is een eindje stappen naar onze laatste bestemming. Babuino bevindt zich immers in de naar hem genoemde Via del Babuino, de straat die de verbinding vormt tussen de Piazza del Popolo en de Spaanse Trappen. Het beeld stelt een liggende sater voor. Zijn groteske gelaatstrekken doen denken aan een baviaan, vandaar babuino. Het beeld diende als ornament voor een antieke fontein die gebruikt werd als een waterbak waaruit paarden konden drinken.

TIP: Als je na deze wandeling even wil uitrusten, dan kunnen we je Caffé Canova – Tadolini aanbevelen, even verderop in de straat (Via del Babuino, 150). Hier, in het voormalige atelier van de beroemde beeldhouwer Canova, kan je zittend tussen grote marmeren beelden (geen sprekende deze keer), genieten van een welverdiend kopje koffie of een aperitiefje. Een unieke belevenis. Aan Caffé Canova-Tadolini wijden we later nog wel eens een artikel.

Reacties